Afgeleide fietsen
Er wordt al met al sinds de introductie van de Engelse omafiets, heel wat afgefietst in ons land. Dat we de fiets als vervoermiddel mettertijd vaker, intensiever en efficienter zijn gaan gebruiken, moge alleen al blijken uit het beeld dat door de jaren heen in het buitenland over ons land is ontstaan: Een fietsland bij uitstek, wat ook moge blijken uit de verschillende afgeleide fietstoepassingen.
Deze toepassingen waren, zeker vroeger, werkgerelateerd en de fiets is dan ook in het verleden in allerlei vormen gebruikt en dat is eigenlijk nog steeds het geval. In ons vlakke land bestonden nauwelijks natuurlijke barrieres, in die zin dat hindernissen zoals stevige klimmetjes en andere hoogteverschillen het fietsen in de weg konden zitten, die het met brute spierkracht voortbewegen van dergelijke zware bakbeesten in de weg zouden kunnen staan.
Het fietsvoertuig moest natuurlijk als werkpaard tegen een stootje kunnen en werd vaak uitgevoerd in een voor het specifiek vakgebied meest geschikte ontwerp. Het resulteerde in een heel scala aan bakfietsen en transportfietsen. De bakker had een bakfiets en de slager maakte meestal gebruik van een transportfiets. Zo bestond voor bijna elk ambacht een dergelijk werkpaard met als basis de fiets.
Ook tegenwoordig komen die variaties op dit thema in allerlei vormen weer in het straatbeeld terug: Bakfietsen en transportfietsen in diverse variaties, maar veelal wel in lichtere uitvoeringen en andere, meer aan deze moderne tijd gerelateerde aanpassingen.
Revival van de omafiets
Hoewel wij Nederlanders lijken te zijn opgegroeid met de specifieke vorm waarmee de omafiets al decennia lang het straatbeeld opsiert, is er eigenlijk pas sinds het begin van de tachtiger jaren van de vorige eeuw weer een soort revival van dit fietsmodel ontstaan. Bovendien is het inmiddels duidelijk dat het oorspronkelijke model van de omafiets een idee is geweest wat door de Nederlandse fietsfabrikanten van de Engelse fietsconstructeurs is afgekeken en vervolgens later geperfectioneerd. Met als gevolg dat het straatbeeld voor wat de damesfietsenmarkt betrof, tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw voornamelijk werd bepaald door datgene wat wij tegenwoordig omafietsen zouden noemen. Immers die naam bestond toen nog helemaal niet.
Het aanbod aan damesfietsen werd begin jaren 50 gestaag uitgebreid en de oude modellen damesfietsen raakten uit en zodoende op de achtergrond, met als voornaamste reden dat deze fietsen, die dus later omafietsen zouden worden genoemd, niet langer als modern werden beschouwd, wat van de omafiets een uitstervend verschijnsel leek te maken. Er moest plaats gemaakt worden voor een nieuwe generatie fietsen.
Een nieuwe term, de sportfiets, werd zo in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw in de fietsenwereld gelanceerd en moest de vervanger worden van de toerfiets, zoals de opa- en omafiets in die dagen heette. Deze sportfietsen zagen er beduidend anders uit, hadden een andere geometrie, ze waren lichter dan de toerfiets en de banden waren smaller.
De term sportfietsen was in die dagen de juiste vlag om de lading mee te dekken, vooral in relatie tot de toerfiets van toen (de omafiets dus!). Echter in vergelijking met de fietsen die tegenwoordig het straatbeeld sieren, zouden we nu voor een dergelijke fiets met de naam sportfiets, op de term stadsfiets uit komen.